Een duurzaam monument is alleen toekomstbestendig als het in gebruik is. Soms vereist dit een behoorlijke aanpassing van het pand. Niet zelden geeft dit moeilijkheden bij het bemachtigen van de nodige vergunningspapieren. Een slim stappenplan met een constructief en consequent overleg met alle betrokken belanghebbende is de oplossing voor een succesvol proces en een monument op maat!

Op de Oosterdijk in Sneek stond al jaren een prachtig monumentaal pand te verloederen. Op deze AA winkellocatie vervulde dit prachtige 17e eeuwse rijksmonument slechts de rol van tijdelijke huisvesting van kleine onduidelijke tijdelijke winkels. Dit tussen de grote ketens als HEMA, Prenatal, Etos etc. Al zeer lange tijd wilde de eigenaar het pand verbouwen alleen er was één groot probleem: volgens de omschrijving van de Rijksdienst Cultureel erfgoed (RCE) was het pand in zijn geheel beschermd erfgoed, inclusief het interieur. In het laatste zat het probleem. Immers, de pandbezitter had een groter verhuurbaar oppervlak nodig en daarvoor moesten logischerwijs binnenwanden sneuvelen.

Het interieur en de bouwhistorische waardestelling.

Na vele zeer moeizame gesprekken tussen de opdrachtgever en gemeente werd besloten tot het laten uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek met waardestelling. Dat zou uitsluitsel moeten geven over welk bouwdeel of onderdelen hoge cultuurhistorische waarden hadden en daarmee automatisch als behoudeniswaardig bestempeld. .
Conclusie: het pand is een zogenaamde Hindelooper kamer en een groot deel van het interieur heeft een hoge cultuurhistorische waarde.  Dit tot grote verbijstering van de eigenaar. Een patstelling ontstond omdat beide partijen nu geen kant meer op konden.

Second opinion met een frisse kijk.

De emoties waren bij alle partijen behoorlijk hoog opgelopen. Het pand was gedurende bijna 10 jaar onverhuurbaar en was slecht voor de portemonnee en het straatbeeld. Sneek is prachtig, op een veredeld kraakpand zit niemand te wachten.
Uiteindelijk werd onderzoeker en architect Joep Broeren gevraagd om een second opinion uit te voeren, een frisse kijk op de zaken zou de impasse wellicht kunnen doorbreken.

stappenplan

In overleg met de beide partijen is overgegaan tot een stappenplan. De bouwhistorische rapportage kan een embargo leggen op het gehele vastgoed omdat het vastlegt wat waardevol is en geen uitspraak doet over mogelijke herbestemming. Dit is een bekend probleem: Een gemeente weet wat niet mag en een opdrachtgever of architect weet niet wat wel mag. Een logisch kennisgebrek is hier vaak de oorzaak van.
Van beide partijen kan ook niet verwacht worden dat ze een cultuurhistorische waardestelling in al zijn gelaagdheid kan doorgronden. Het idee ontstond al snel om een reeks weergaven te maken van de historische ontwikkeling van het plan. Met dit ‘stripverhaal’ gebaseerd op metingen in het werk, oude bouwvergunningen en de bestaande rapportages is inzichtelijk gemaakt wat de werkelijke bouwgeschiedenis was.

 

Hindelooper kamer

De conclusie: het verhaal van de ‘Hindelooperkamer’ is erg suggestief van aard. Uit de analyse van diverse documenten en metingen bleek dat zaken een stuk genuanceerder te liggen. Na de aankoop rond 1900 door een Hindelooper koopman is de wens ontstaan om een theehuis te maken in de stijl van Hindeloopen, met oorspronkelijke producten meegenomen uit de failliete stadboedel. De bouwvergunning die in de jaren daarna aangevraagd is, werd nooit geheel uitgevoerd. Dit zijn de twee belangrijkste peilers onder de problematische bouwhistorische rapportage. 1. Het interieur is authentiek. 2. Er is een zorgvuldig opgebouwde stijlkamer ontstaan.

Bij zowel het eerste punt als het tweede punt gaat het mis in de historische analyse. Ten eerste: Het interieur is in de jaren bij elkaar gezocht en het originele 17e eeuwse typisch Sneeker huis is pragmatisch en inconsequent verbouwd. In de waardestelling ging men zelf zover dat de ouderwetse authentiek ogende tegel,  bevestigd door de huidige eigenaar om het één geheel te maken, uit de jaren 70 tot behoudeniswaardig erfgoed te bestempelen. Ten tweede is er geen ‘masterplan’ geweest met ideologische motieven. Van de oorspronkelijke (ver)bouwvergunning is weinig terecht gekomen.